Van Dave Smits:
Een elftal bestaat uit elf posities. Maar wat moet je eigenlijk kunnen als je keeper, rechtsback of linksbuiten bent? Hier staan alle posities op het veld uitgebreid omschreven, uitgaande van het 4-3-3 systeem.

Keeper
Keepers zijn een beetje gek, wordt er wel eens geroepen. Daar klopt niets van. Keepers zijn hele normale mensen, maar hebben op het veld wel een speciale status. Als enige van het team mogen zij namelijk hun handen gebruiken. Keepers moeten ballen vangen, wegtikken, stompen, trappen of koppen. Hoe maakt niet uit, als het doel maar schoon blijft.
Als keeper komen er wedstrijden voor dat je weinig te doen hebt. Dan is jouw team veel sterker dan de tegenpartij en zijn er maar een paar momenten waarop je in actie komt. Dat is lastig, want je moet toch altijd heel geconcentreerd zijn om ook die ene bal te pakken. Oranje-goalie Edwin van der Sar is daar een meester in. Maar vaak genoeg heb je het ook heel druk en lig je voortdurend in de modder. Dat zijn vaak dé momenten voor een keeper om de show te stelen. Heerlijk zweven naar de bovenhoek en die bal op sierlijke wijze wegtikken. Echt wel dat je een vet applaus krijgt…
Denk trouwens niet dat je als doelman nooit kunt scoren. Ken je José Luis Chilavert nog? Die keeper uit Paraguay werd in de jaren negentig wereldberoemd om zijn vrije trappen die hij perfect om de muur kon krullen. Ook stond hij vaak oog in oog met zijn collega bij het nemen van penalty’s. Chilavert scoorde zo liefst 62 doelpunten in zijn profcarrière, waarvan acht tijdens interlands van Paraguay.

Rechtsback
We vroegen het ooit eens aan Berry van Aerle, de man die in 1988 als rechtsback van Oranje Europees kampioen werd. Wat moet je kunnen om rechtsback te zijn? Allereerst je mannetje uitschakelen en daarna bij balbezit de aanval ondersteunen, luidde zijn antwoord. Alles meer is meegenomen. Een dienende speler dus. Elke voetballer wil van nature aanvallen. Maar dat kan alleen als het team sterker is dan de tegenpartij.
Dus zul je eerst moeten zorgen dat jouw directe tegenstander niet gevaarlijk is. Dat klinkt makkelijker dan het werkelijk is. Want een rechtsback staat bijna altijd tegenover een linksbuiten en dat zijn, zoals je weet, heel goede voetballers. Die kunnen dribbelen, zijn snel en hebben passeerbewegingen in huis. Vaak moet je het één-tegen-één duel aangaan wanneer de aanvaller jou opzoekt en er langs wil.
Pas als een rechtsback zijn verdedigende taak onder controle heeft, dan kan hij aan andere dingen denken. Aanvallen dus. Opstomen langs de zijkant en een voorzet geven. Berry van Aerle kon dat als de beste. Tijdens zijn interlanddebuut, in 1988 tegen Polen, scoorde Ruud Gullit destijds twee keer uit zijn voorzetten. Op die manier ben je als rechtsback ook aanvallend van grote waarde.

Voorstopper
Een hele belangrijke en ook een hele leuke positie. Want je staat recht tegenover de spits van de tegenpartij. Die denkt dat hij gaat scoren, maar dat ga jij hem beletten. Door goed te verdedigen, scherpe tackles te maken en vooral zeer geconcentreerd te zijn. Want een goede spits heeft soms maar één kans nodig om het net te vinden. Denk als voorstopper dus nooit dat je je directe tegenstander in de zak hebt totdat het laatste fluitsignaal geklonken heeft.
Vaak zijn voorstoppers behoorlijk lang en kopsterk, zoals Jaap Stam, waardoor ze voordeel hebben bij hoge voorzetten en hoekschoppen. Maar daar zijn ook uitzonderingen op. Fabio Cannavaro bijvoorbeeld, de aanvoerder van het Italiaanse nationale elftal dat in de zomer van 2006 de wereldtitel veroverde. Hij meet 1.76 meter, wat voor een verdediger niet echt groot is. Door zijn enorme sprongkracht en perfecte timing wint hij toch menig kopduel.
Omdat je als voorstopper over het algemeen goed kunt koppen, word je bij hoekschoppen en vrije trappen van je eigen team vaak voorin verwacht. Dan krijg jij de kans om te scoren. Toch ligt je allereerste taak in de verdediging. Als jij ervoor zorgt dat je directe tegenstander niet gevaarlijk wordt, dan speel je al een geweldige wedstrijd.

Laatste man
Ook wel vrije verdediger genoemd. Misschien een beetje een ouderwetse benaming, want vaker wordt er gesproken over twee centrale verdedigers. In dat geval spelen de voorstopper en de laatste man naast elkaar in het centrum van de defensie. Maar er is altijd een speler die de leiding over de verdediging op zich neemt en dat is de laatste man.
Voor deze positie moet je veel overzicht in huis hebben zodat je de rest van de verdediging goed kunt sturen. Eigenlijk ben je een regelaar die de spelers om je heen constant coacht. ‘Let op, blijf erbij, op je positie, tijd, nu naar voren’, vaak is het de laatste man die met dit soort aanwijzingen strooit.
De vrije verdediger heeft niet alleen verdedigende capaciteiten. Ook voor de aanval wordt er veel op deze positie verwacht. Want bijna elke aanval begint bij de laatste man. Kijk maar hoe vaak de keeper de bal uitrolt naar de dichtstbijzijnde verdediger die vervolgens de aanval opzet. Dat kan met een korte pass naar een middenvelder of vleugelverdediger, maar ook lange bal direct naar de spitsen. Een goed voorbeeld is Ronald Koeman. De huidige PSV-trainer speelde als vrije verdediger en kon een bal in één keer precies op de stropdas van de aanvallers leggen.

Linksback
Best vreemd, maar vaak zijn de beste linksbacks ter wereld vroeger aanvallers geweest. Kijk maar naar Giovanni van Bronckhorst of Roberto Carlos. Vroeger linksbuiten en via het middenveld afgezakt naar de laatste linie. Dat heeft zo zijn voordelen, vooral in offensief opzicht. Roberto Carlos is bij Real Madrid en het Braziliaanse nationale elftal wereldberoemd geworden vanwege zijn aanvallende acties. Met zijn snelheid stoomde hij dan de hele linkerflank over en had dan ook nog energie om een knalhard schot op doel te richten. Zo scoorde hij vele goals.
De positie van vleugelverdediger wordt nog wel eens onderschat. Dat is onterecht. Het is juist een hele moeilijke positie, omdat jouw directe tegenstander vaak een hele getructe rechtsbuiten is. Die probeert via allerlei technische bewegingen of op pure snelheid jou voorbij te komen. In dat geval is het handig als je zelf een verleden als aanvaller hebt gehad, want dan weet je ongeveer wat jouw tegenstander van plan is. Wil hij de achterlijn halen en een voorzet geven of zoekt hij binnendoor de snelste weg naar het doel? Op beide mogelijkheden moet je als linksback voorbereid zijn.
Snelheid is belangrijk, maar van een moderne linkervleugelverdediger wordt ook verwacht dat hij een redelijke techniek heeft. Paolo Maldini van AC Milan was in de jaren negentig de beste linksback van de wereld, omdat hij de duels op basis van zijn uitstekende techniek kon winnen. Dat is knap, als je als verdediger een aanvaller voetballend de baas bent.

Rechtshalf
De rechtshalf, ook wel rechtermiddenvelder genoemd, speelt aan de rechterkant van het middenveld. Daar bedien je de rechtsbuiten voor je, combineer je met de centrale middenvelder naast je en help je de verdediger achter je. Een middenvelder hoeft niet altijd heel snel te zijn, maar moet wel oog hebben voor de ruimte voor hem en goed kunnen timen wanneer hij zelf ‘diep’ gaat. Dat kan Mark van Bommel bijvoorbeeld heel goed. Op die manier scoort hij regelmatig.
Als middenvelder ben je heel allround. Je moet van alles kunnen, want je bent een verbindingsspeler tussen de verdediging en de aanval. Een goede conditie is heel belangrijk. Als middenvelder maak je heel veel meters in een wedstrijd. Je rent van het ene strafschopgebied naar het andere, want er wordt van je verwacht dat je zowel de verdedigers als de aanvallers komt ondersteunen.
Middenvelders zie je vaak vrije trappen en corners nemen. Dat komt omdat ze een goede traptechniek hebben en ze precies weten waar ze de bal moeten plaatsen. Zo kun je als rechtshalf heel belangrijk zijn voor de speler voor je, de rechtsbuiten. Door goede passing of combinatie stuur je hem op het juiste moment weg, waardoor hij gevaarlijk kan worden.

Centrale middenvelder
De strateeg en de regisseur. De centrale middenvelder wordt geacht het spel te verdelen en de lijnen uit te zetten, want je speelt in het hart van het elftal. Grote sterren spelen op deze positie. Zinedine Zidane was de afgelopen jaren ’s werelds beste. Hij was heel veelzijdig en kon bijna alles. Als je op deze positie speelt, is het extra handig als je net zoals Wesley Sneijder tweebenig bent. Want dan kun je de bal heel eenvoudig in één vloeiende beweging naar rechts en links passen.
Passing, creativiteit en inzicht zijn misschien wel één van de belangrijkste eigenschappen die een centrale middenvelder bezit. Je bent de regisseur van alle aanvallen. Verdedigers leveren de bal bij jou in, waarna je door te passen of te lopen met de bal steeds verder opschuift richting het strafschopgebied van de tegenpartij. Dan moet je snel zien wie er vrij staat en heel nauwkeurig de bal passen. Ook kun je met een slim steekpasje de spits vrijspelen.
En zoals voor alle middenvelders geldt: conditie. Je moet veel rennen en overal op het veld helpen. Voetbal bestaat niet alleen uit aanvallen. Verdedigen is net zo belangrijk, zeker voor een middenvelder die tenslotte alles moet kunnen. Want jouw directe tegenstander is óók een middenvelder die over het hele veld aanwezig is.

Linkshalf
De linkshalf staat opgesteld aan de linkerkant van het middenveld. Hier ben je de schakel tussen de linksback en de linkerspits. Gaat er een aanval over links, dan ben je er bijna altijd bij betrokken, omdat je ervoor moet zorgen dat de bal zo snel mogelijk bij de aanvallers terecht komt. Is de tegenpartij in balbezit, dan moet je de speler achter je zo goed mogelijk ondersteunen. Kortom, je bent overal bij.
Aan het spel van een middenvelder kun je zien welk team op dat moment het sterkste is. Als jij vaak de verdediging moet helpen, dan weet je dat jouw team onder druk staat. Krijg je veel de bal en kun je ook nog regelmatig voor het doel van de tegenpartij opduiken, dan ben meer aan het aanvallen en dus sterker. Hiermee komt meteen een belangrijke eigenschap van een middenvelder naar boven. Je moet veel rennen, omdat je zowel in de aanval als de verdediging nodig bent.
Deze positie wordt meestal bezet door een linkspoot, want die kan eenvoudig de speler voor hem goed aanspelen. Maar mocht er in jouw elftal niet genoeg linksbenige voetballers zijn, dan kan hier natuurlijk altijd een rechtspoot staan. Dat geldt voor alle posities, maar nog beter is dat je als voetballer tweebenig bent. Dan heb je dubbel voordeel.

Rechtsbuiten
Een rechtsbuiten wordt ook wel een rechteraanvaller of een rechterspits genoemd. Duidelijk is dat je op deze positie voorin speelt, op de rechterflank van het veld. In je rug krijg je steun van de middenvelder achter je, terwijl de spits naast je staat. Met goede voorzetten moet je proberen de spits in stelling te brengen, zodat die kan scoren.
Net als de linksbuiten moet je een goede techniek hebben, snel zijn en aardig kunnen dribbelen. Acties maken dus. Meestal doe je dat samen met de middenvelders, met wie je kunt combineren of die je diepte in sturen. Ook komt het voor dat je uit stilstand een tegenstander moet uitspelen. Dat doe je door acties te maken. Een klassieke rechtsbuiten is John van ’t Schip, die nu samen met Marco van Basten het Nederlands elftal leidt. Met een schijnbeweging kon hij zijn tegenstander op het verkeerde been zetten en waarna er vanaf de achterlijn een afgemeten voorzet van zijn schoen kwam.
Soms lijkt het wel eens alsof buitenspelers staan te dromen op het veld. Dan zijn ze weinig bij het spel betrokken of lukken hun acties niet. Maar ineens kunnen ze er weer staan. Ze zijn dus altijd gevaarlijk. Meestal staat er een rechtsbenige speler op deze positie, maar ook linksbenige spelers worden hier opgesteld, zoals bijvoorbeeld Robin van Persie bij Oranje. In dat geval kan de rechtsbuiten met zijn linkervoet binnendoor passeren en meteen gevaarlijk richting doel dribbelen.

Spits
Tja, eigenlijk wil iedereen spits zijn. Leuke acties maken en dan scoren. Daarmee betover je de hele wereld. Het is niet zo vreemd dat grootste sterren van het voetbalveld vaak aanvallers zijn. Is dat terecht? Ja en nee. Spitsen hebben speciale talenten waarmee ze verdedigers in de luren leggen, mooie doelpunten maken en uitblinken. Maar dat kunnen ze niet alleen. Zonder de steun van de rest van het team ben je als spits machteloos.
Toch vinden veel spitsen dat ze soms een tikje egoïstisch moeten zijn. Vraag het maar aan bondscoach Marco van Basten, Klaas Jan Huntelaar of Ruud van Nistelrooy. Hoe klein de kans ook is, een spits probeert altijd eerst zelf de bal tegen de touwen te krijgen. Dit is gewoon zijn natuur en daarvoor staat hij ook in de punt van de aanval. Er wordt namelijk verwacht dat hij veel scoort.
Er zijn vele soorten spitsen: de kaatser, de kopper, de technische, de snelle, de werker. Als je al die eigenschappen bezit, dan ben je een buitenaardse superspits. Dat is niet voor iedereen weggelegd. Slimheid om je verdediger om te tuin te leiden, techniek om de bal goed onder controle te houden en altijd weten waar het doel is. Zodra je die kwaliteiten bezit, is de spitspositie echt iets voor jou.

Linksbuiten
Linksbenige voetballers zijn vaak creatief. Zij kunnen iets extra’s, iets onverwachts. Voor een linksbuiten geldt dat helemaal. Dat is een aparte voetballer voor wie de schoonheid van het spel soms belangrijker is dan het winnen. Als linkerspits sta je voorin en moet je ook wel eens terug om te verdedigen, maar dat blijkt in de praktijk lastig te zijn. Verdedigen zit niet in de aard van een linksbuiten.
Wel dribbelen, de tegenstander opzoeken, een actie maken, de tegenstander buitenom passeren, de achterlijn halen en een scherpe voorzet geven op de spits. Dat is meteen de klassieke taak van een linksbuiten uit de Nederlandse school. Coen Moulijn, Piet Keizer, Bryan Roy, Marc Overmars en tegenwoordig Arjen Robben zijn daar voorbeelden van. Hoewel Robben ook een speler is die de snelste weg richting het doel zoekt.
Het moeilijke van deze positie is dat je vrij weinig ruimte hebt. Omdat je dicht aan de zijlijn zit geplakt, heb je niet zoveel ruimte om langs je tegenstander te gaan. Daarom is het belangrijk dat je snel bent, veel passeerbewegingen in huis hebt of goed kunt samenspelen met de middenvelders. Die sturen jou via combinaties en één-tweetjes de diepte in, waardoor je jezelf vrijspeelt. Dus zowel acties maken als goed samenspel maken van jou een goede linksbuiten.